Jezus is Heer - een getuigenis

img 11290620361304

Als jong meisje had ik vol enthousiasme mijn leven aan de Heer gewijd. In de jaren 60 kwam mijn geloof op losse schroeven te staan, mede door de theorieën van moderne theologen. Biechten was niet meer nodig, vergeving krijg je in elke Eucharistieviering, bij elke bede enz... Ik dacht: dat is ook zo; biechten doe ik dus in heel mijn leven niet meer. Ook werd gezegd: 'Werken is bidden'. En ik liep erin. Ik begon me in te zetten om mijn liefde voor God te bewijzen door mijn dienst aan de naaste. Organiseren, zangkoor en Chiro oprichten. Bovendien had ik een klas en was directrice van een school. Ik werkte zo lang en zo hard dat mijn lichaam begon te protesteren. Maar daar leefde ik aan voorbij. Ik dacht: morgen is de pijn over en de dikke voeten verdwenen. Het was inderdaad zo en ik draafde maar door. Op een bepaald moment begaf ik; ik was ziek en kreeg zes maanden rust voorgeschreven. Dank zij dokters en een magnetiseur geraakte ik er lichamelijk bovenop, maar moreel? Ik leefde met angst, onzekerheid en twijfels. Ook de zin van mijn religieus leven viel weg.

Van erg naar erger

Wat ben ik toch aan het doen? dacht ik. Ik heb mijn leven aan God gegeven, maar wat is dat nu eigenlijk? Kwam daarbij dat ik met verslaving te maken kreeg en verliefd werd. Ik zat diep in de put. Ik vocht tegen de verslaving, maar als het me één dag gelukt was, overviel me weer de twijfel: Heer, waarom hebt U me laten leven? Ik was toch beter doodgegaan toen ik klein was. Het was toch bijna zo. Waarom niet helemaal? Kon ik uit mijn leven maar een stuk wegknippen...

In 1974 was ik in Lourdes. Ik bad: Maria, bekom voor mij nu de genade dat ik vrij kom van verslaving. Terug uit Lourdes heb ik een half jaar gevochten om te overwinnen en... het liep weer mis. Ik was totaal ontmoedigd en dacht: met mij is niets meer aan te vangen.

Dé kans!
In 1975 volgde ik een retraite, zomaar, zonder overtuiging. Ik luisterde naar de onderrichtingen: ouderwets, een bruine pater in pij, en wat hij zei raakte me niet.
Op een bepaald moment sprak hij over de 'Charismatische Vernieuwing'. Iemand vroeg naar wat uitleg. Ik werd nieuwsgierig. De pater vertelde met veel enthousiasme over de Charismatische Vernieuwing. Eén zinnetje had me geraakt: over de kracht van de Heilige Geest als mensen over elkaar bidden met handoplegging. Ik dacht: dat moet hij me dan wel eens laten zien. Eigenlijk geloofde ik niet in de kracht van de Geest. Toch maakte ik een afspraak. Ik zou vragen stellen en wou verhaaltjes horen, getuigenissen.

Toen gebeurde het

Ik kwam bij de pater binnen. Hij liet mij rustig gaan zitten. Wat er toen gebeurde? Ik werd innerlijk heel sterk bewogen en zonder één vraag te stellen begon ik mijn leven uit te spreken; met mijn verslaving, mijn onmacht, mijn zwakheid, mijn kwaad. Met heel veel tranen kwam alles naar boven, op een heel andere manier dan ik me had voorgenomen. Snikkend zei ik: 'Pater, u hebt gezegd dat de Heilige Geest krachtig werkt als u met handoplegging bidt over mensen. Zou u dat bij mij willen doen?' Hij bad en schonk mij de absolutie.

Op dat moment heb ik werkelijk ervaren dat Jezus de Heer is. Hij heeft mij verlost van mijn verslaving. Ik was echt bevrijd! Hij heeft me bovendien de ogen geopend. Ik zag mijn geloof kristalhelder opkomen. Als ik buiten kwam, zag ik de schepping met nieuwe ogen. Alles was nieuw! Mijn hart vulde zich met jubel en vreugde. Ik heb op dat moment werkelijk een nieuw leven gekregen. Achteraf besefte ik hoe dankbaar ik geworden was. Dieper dan ooit begon ik te beseffen hoe waardevol mijn Godgewijd leven was. Ik werd me bewust dat ik als religieuze een taak had in deze wereld; een taak die dicht bij de zending van Maria ligt: Jezus aan de wereld schenken.

Met Maria

Zoals Maria naast het kruis van Jezus heeft gestaan en naast het kruis van haar kinderen staat, zo is het mijn taak naast de lijdende mens te staan.
Geleidelijk aan ben ik dankbaar geworden om wat ik heb doorgemaakt. Ik kan mensen begrijpen die verslaafd zijn, ik heb het meegemaakt. Vanuit het licht van de Heer kan ik in de schoenen gaan staan van mensen die overspannen zijn; ik heb het meegemaakt; van zieken, ik heb het meegemaakt; van mensen die de zin van het leven niet meer zien, ik heb het meegemaakt...

Ik mocht ondervinden dat de Heer me effectief heeft vrij gemaakt voor deze taak. Ik hoef niet te zoeken naar mensen, Hij zendt ze op mijn weg.

Met Maria mag ik van harte zingen: 'Mijn ziel looft en prijst de Heer, want Hij die machtig is, deed grote dingen aan mij en heilig is zijn Naam!'